Frank van de Wolde Kandidaat-Partijvoorzitter

Samen Voorwaarts

De eerste premier die ik me kan herinneren is Wim Kok. Als jochie vroeg ik mijn ouders: “wie is de baas van Nederland?”. Dan wezen ze naar de tv, waar op het journaal een boomlange kerel te zien was. Omringd door journalisten liep hij een of ander statig pand uit. “Dát is de baas van Nederland” zeiden mijn ouders toen.

Paars I & II, de kabinetten Balkenende, en Rutte één tot tig: ik heb nooit anders meegemaakt dan een centrumkabinet of een centrumrechts kabinet.

Tijdens deze kabinetten hebben we vanuit links vooral gestreden tegen de verdere afbraak van onze verzorgingsstaat. En eerlijk: als PvdA hebben we soms helaas zelfs bijgedragen aan die afbraak. Of wij nu wel of niet aan de knoppen zaten en wel of niet op grote of bescheiden schaal van betekenis konden zijn: ons land is er de afgelopen dertig jaar niet socialer of rechtvaardiger op geworden.

Topambtenaar Bernard ter Haar zei het laatst treffend: “De Nederlandse overheid heeft deze eeuw nog niets substantieels tot stand gebracht.” Op sommige plekken mag er af en toe 130 worden gereden, hier en daar is een beginnetje gemaakt met de energietransitie, en rivieren kregen ruimte. Ondertussen klotst het vermogen van de rijken tegen de plinten, terwijl armoede en dakloosheid blijven toenemen. We hebben te maken met een fikse woningcrisis, en ons onderwijs staat dusdanig onder druk dat de kwaliteit al jaren aan erosie onderhevig is. Overdreven bureaucratie en institutioneel wantrouwen hebben ernstige schade aangericht in de levens van duizenden mensen. Denk aan het toeslagenschandaal, maar ook aan de regels voor nieuwkomers, de aanpak van schuldenproblematiek en Groningers wier woning het voor hun ogen begeeft.

Dat laat onverlet dat we op links en als PvdA een aantal uitstekende volksvertegenwoordigers en bestuurders hebben die elke dag het verschil maken. Van het aanpakken van big tech in Europa tot wethouderssocialisme in het dorp.

En het is ook niet dat onze ambtenaren niet genoeg hun best doen en dat alles slecht gaat. Verpleegkundigen, leraren, politieagenten en menig belastingbeambte: ze werken hard en duidelijk niet voor het geld. Wat goed gaat zijn we haast vanzelfsprekend gaan vinden. Zo zijn we elk jaar veiliger, hebben we geen dag vrij nodig om onze belastingadministratie te doen en is onze zorg een van de beste ter wereld.

Ik hecht waarde aan die nuance: naast de rot in onze rechtstaat is er ook veel kracht en moois. Maar te vaak wordt achter dat wat goed gaat verscholen om niets te hoeven doen aan de problemen die er wel zijn. Onze kinderen zijn de gelukkigste op aarde! Maar echt niet als je met honger naar school moet. Onze zorg is goed! Maar als je chronisch ziek bent is het eigen risico een boete op leven. Lekker 130 rijden – maar sommige mensen kunnen niet eens een fiets betalen om naar hun werk te gaan. Graaf jezelf maar eens uit die put.

De oorzaak van de rot ligt in onze politiek: die is tam, technocratisch en neoliberaal. Veel mensen zien de verschillen niet meer. Of zijn hun vertrouwen in de politiek helemaal kwijt. Er zijn er die beweren dat de VVD een redelijke middenpartij is die het beste met ons land voor heeft. Dit terwijl de Sander Dekkers en Daniël Koerhuizen van deze wereld de ware aard van de VVD laten zien. Bijvoorbeeld door kortemetten te maken met de rechtsbijstand of door vluchtelingen doodleuk de schuld te geven van de woningcrisis, terwijl de VVD eigenhandig de sociale huursector naar de vernieling helpt.

Visie? Dat is vooral lastig. Dat betekent dat je je nek moet uitsteken. Visie zit vooral in de weg, als je koste wat kost de langstzittende naoorlogse premier van Nederland wilt worden. Beleid? Saai. Mark op zijn fiets? Leuk!

Maar we snakken naar visie. Naar lef. Naar daadkracht. Naar eerlijkheid, inclusie en duurzaamheid.

De problemen liegen er niet om: armoede bestaat in Nederland. Bij voedselbanken staan, zeker sinds de pandemie begon, rijen mensen. Ook neemt het aantal daklozen structureel toe. In 1963 vonden we de ondergrens een bloemetje op de tafel (Marga Klompé); nu accepteren we armoede als natuurverschijnsel of ontkennen we het bestaan ervan. Sommige politici roepen zelfs dat “de sociale voorzieningen zó goed zijn dat iedereen die dat wil, huisvesting kan krijgen”, waarmee cynisch en ongevoelig geïmpliceerd wordt dat dakloosheid een vrijwillige keuze is.

Nee, niets doen en wegkijken, dát is een keuze. Wachten op “draagvlak in de samenleving” (lees: dat het bedrijfsleven mee wil doen) tot er wat gedaan wordt aan de klimaatramp of de stikstofcrisis – dát is een keuze. Het minimumloon nog niet verhogen – terwijl er in de Kamer al een meerderheid was: dat is een keuze.

Als links, als sociaaldemocraten en als PvdA moeten we die keuzes zichtbaar maken. Moeten we opkomen voor elkaar. Moeten we helder en duidelijk stelling nemen tegen de misstanden van nu en morgen. En onze stellingname zichtbaar, hoorbaar en voelbaar maken door middel van acties, geluid en politiek handwerk. Want via publieke en collectieve actie kunnen we het verschil maken.

De status quo laat zien dat dat de afgelopen dertig jaar ons onvoldoende heeft gebracht. Daarom is het ook belangrijk dat we als partij, als vereniging en als leden een andere afslag gaan nemen. Ons programma en onze lijst waren goed – maar de organisatie, het geluid en de samenwerking moeten beter. Een nieuwe partijvoorzitter van de PvdA heeft een belangrijke rol te spelen bij het nemen van deze afslag. Om met een helder mandaat de samenwerking op links op te zoeken en op termijn tot een fusie te komen. Om in te zetten op verjonging en verbreding van ons ledenbestand en onder onze kiezers. Om een sterker beroep te doen op de kennis en ervaring die onze partij nog steeds rijk is.

Daartoe moet zij of hij de partij beter organiseren, onze partijorganisatie en interne procedures verder moderniseren en het debat en de standpuntbepaling binnen onze partij versterken. Zodat we samen effectiever en verstandiger kunnen bouwen aan een socialer, inclusiever en duurzamer Nederland.

Op deze website heb ik in mijn programma nader uiteengezet hoe ik dat voor me zie.

Vanuit mijn visie en overtuiging heb ik de afgelopen weken veel mensen gesproken over mijn kandidaatstelling. Tussen de overwegend enthousiaste reacties door krijg ik vaak het advies om “positief te zijn”. Dat triggert me en voedt mijn eigenwijsheid. Want: ik ben enorm positief en hoopvol over de toekomst. We kunnen echt een kunstje gaan flikken met zijn allen. Maar: ik wil mijn ogen niet sluiten voor dingen die slecht gaan in de wereld, in ons land of in onze partij. We moeten wel man en paard noemen en vanuit positieve energie samen met elkaar de schouders eronder zetten. Rutte is ook de hele tijd “positief” – moet dat nou ons voorbeeld zijn?

Daarom, om dat kunstje te flikken, kandideer ik mij voor het partijvoorzitterschap van de PvdA. Ik geloof dat ik het in mij heb om samen met alle leden en onze bondgenoten – samen met de samenleving – het verschil te maken. Om onze visie te vertalen naar concrete vooruitgang van onze partij, van links en daarmee uiteindelijk voor waar het echt om gaat: onze samenleving.

Met volle overtuiging, passie en strijdbaarheid.

Samen Voorwaarts!


Schrijf hier je in voor mijn nieuwsbrief